Terug naar blog

Wat de zomer met je autotransport doet

Het is eind juni. Nu al staat de thermometer op 38 graden. Europa gaat gebukt onder een hittegolf. Ergens op een parkeerplaats langs de A2 richting Duitsland staat een 3-lader met de motor aan, de lading vastgezet, en een chauffeur die wacht voordat hij verder rijdt. De airco doet het niet. Niet omdat hij vergeten is hem aan te zetten. Het systeem heeft het opgegeven. Volle lading, volle zon, volle belasting. Op een gegeven moment geeft de installatie het gewoon op.

 

Dat geldt voor nieuwe trucks net zo goed als voor oudere.

 

Dit is geen uitzonderlijke situatie. Dit is de zomer, voor een groot deel van de autotransporteurs die door Europa rijden.

 

Die 3-lader is een van de lichtere voertuigen in het netwerk. Qua gewicht valt hij buiten de extra zomerse rijverboden die in Duitsland en Frankrijk gelden. Zijn strijd is puur hitte. De zware combinaties om hem heen hebben beide.

 

De airco die het opgeeft

 

Mensen denken vaak dat chauffeurs de airco uitzetten om brandstof te besparen. Dat is een misverstand. Dat heeft nauwelijks effect, en bovendien: wie doet dat bewust, bij 38 graden?

 

Wat wél klopt, is dit: op een kleine truck van 150 tot 180 pk vraagt de aircocompressor 3 tot 5 kilowatt vermogen. Dat is 2 tot 5 procent van de beschikbare motorkracht. Op een rechte snelweg met halve lading is dat niets. Maar bij volle lading, in de file, op een helling, dan is dat net dat stukje marge dat het verschil maakt.

 

Daar speelt ook de koelstack mee. De condensor van de airco zit vóór de radiator in het koelblok. Airco aan betekent dat de condensor warme lucht afgeeft in precies de luchtstroom die daarna de radiator moet koelen. De airco helpt de chauffeur afkoelen, maar belast tegelijk het koelsysteem van de motor. Bij extreme warmte, zware lading en lage snelheid zijn dat communicerende vaten.

 

Op een gegeven moment trekt de truck dat niet. De ECU beperkt vermogen. Of de chauffeur maakt de keuze zelf: airco uit, en hopen dat de motor het haalt tot de volgende parkeerplaats.

 

Andrei, een van onze Roemeense transportpartners, kent dat gevoel goed: "In de zomer kan de airco het gewoon niet bijhouden. De cabine wordt een oven. Op een gegeven moment zet je hem uit — de motor heeft dat vermogen harder nodig dan jij de koeling."

 

Het asfalt, de banden, de remmen

 

Asfalt kan bij direct zonlicht oplopen tot 60 graden Celsius. Banden worden zachter. De bandenspanning stijgt met zo'n 1,6 PSI per 10 graden buitentemperatuur: een band die 's ochtends koud goed gespannen zit, is dat 's middags niet meer automatisch. Te lage bandenspanning bij hitte is een van de snelste routes naar een klapband. Dat is bij een personenauto al vervelend. Bij een geladen truck op de snelweg is het gevaarlijk.

 

In de extreem hete zomer van 2015, een van de warmste in de Europese meetreeks, verdubbelden de bandeninterventies van ADAC TruckService op piekdagen tot circa 300 per dag in Duitsland alleen. Dat zijn 300 momenten waarop een chauffeur langs de vangrail staat te wachten, in de hitte, bij een voertuig met lading.

 

Remmen vertonen bij aanhoudende warmte meer kans op remfading: ze worden minder effectief naarmate ze opwarmen, omdat hitte de wrijving tussen remblok en schijf of trommel verlaagt. In de file, bij afdalingen, op de hete trajecten richting het zuiden. Extra alertheid, meer marge, meer pauzes.

 

Laurent, een van onze Franse transportpartners, beschrijft het zo: "Het grootste probleem bij extreme hitte zijn de klapbanden. In de winter hebben we dat veel, veel minder. En op de opslagterreinen is het het ergst — alles is asfalt, geen schaduw, volle zon. Het werk gaat langzamer. Iedereen is uitgeput."

 

Op de parkeerplaats

 

's Avonds rijdt hij verder. Dat is de oplossing die sommige chauffeurs in de zomer toepassen: nachtritten. De buitentemperatuur zakt, de motor heeft meer marge, de koeling werkt beter. Technisch gezien de beste keuze.

 

Maar ook dat heeft een grens.

 

Europese rij- en rusttijdenregels zijn hard: maximaal 9 uur rijden per dag, 11 uur verplichte rust. Na 4,5 uur een pauze van 45 minuten. Die regels gelden in de zomer net zo goed als in de winter. De nacht is ook een schaars venster, geen vrije ruimte.

 

En de parkeerplaats is wat het is. Geen hotel. Geen douche. Soms is er een sanitaire voorziening, soms niet. Bogdan, een van onze Roemeense transportpartners, licht toe: "Het is soms zwaar, bij deze hitte. De cabine warmt enorm op en we hebben niet altijd toegang tot een douche." Sommige trucks hebben geen airco die het doet. Niet vanwege een defect, maar omdat het systeem er gewoon niet in zit of al lang niet meer functioneert.

 

Dat is de realiteit van een breed netwerk van ruim 2.000 transportpartners in Europa. Niet allemaal grote vloten met nieuwe trucks. Vaak één of twee voertuigen, een zelfstandige ondernemer, de kilometers als brood op de plank.

 

Kortere ritten, minder beweging

 

Nachtrijden lost hitteproblemen deels op, maar creëert nieuwe. Korte ritten, zoals ophalen bij een dealer of afleveren bij een compound op 40 kilometer afstand, zijn 's nachts logistiek niet uitvoerbaar. De dealer is dicht. De compound ook. Die ritten vervallen, of worden verschoven.

 

Chauffeurs die normaal ook korte rondes in het voor- en natransport rijden, laten die in de zomer soms liever liggen. Minder flexibel, minder beschikbaar voor de kortste opdrachten. Dat merkt het netwerk.

 

De rijverboden op de achtergrond

 

Voor de zwaardere autotransportcombinaties, voertuigen boven de 7,5 ton of vrachtwagens met aanhanger, geldt er in de zomer ook nog eens een wettelijk kader dat de beschikbare uren verder inperkt.

 

Duitsland heeft een extra zaterdagverbod in juli en augustus op de drukste Autobahnen, van 07:00 tot 20:00 uur. Bovenop het permanente zondag- en feestdagenverbod. Een truck die vrijdagavond stilstaat, heeft dat weekend weinig rijvenster: zaterdag verboden van 07:00 tot 20:00, zondag van 00:00 tot 22:00.

 

Frankrijk hanteert vijf nationale sloten in juli en augustus: vaste zaterdagen waarop het hele wegennet gesloten is voor vrachtverkeer. Polen heeft voor voertuigen boven de 12 ton strikte vakantieweekendvensters: vrijdag 18:00–22:00, zaterdag 08:00–14:00, zondag 08:00–22:00.

 

Marek, een van onze Poolse transportpartners, zegt het direct: "In de zomer is het weekend geen rijvenster meer. Vrijdag stopt het, zaterdag ook, zondag ook. Je wacht — en je rijdt 's nachts. Zo werkt het in juli en augustus."

 

De 3-lader op die parkeerplaats langs de A2 valt als licht voertuig vaak buiten die verboden. Zijn probleem is puur hitte. Maar de zware combinaties om hem heen niet. En die zware combinaties maken deel uit van hetzelfde netwerk, dezelfde routes, dezelfde vakantiespits.

 

Wat dit voor jou betekent

 

Elke auto die bij jou wordt afgeleverd, heeft een verhaal. Een chauffeur die een keuze maakte terwijl het koelblok het bijna begaf. Een parkeerplaats ergens in Duitsland om 02:00 uur. Een rit die 's nachts werd gereden omdat overdag de marge te klein was.

 

Je ziet het niet. Maar het speelt mee.

 

Wij verbinden jouw order met de partners in ons netwerk die dit werk kennen en doen. Ruim 2.000 van hen, door Europa. Ze bepalen zelf hoe ze rijden, welke vensters ze kiezen, wanneer ze rusten. Wij zorgen voor de koppeling, en voor transparantie als er iets speelt.

 

Eén ding kun jij doen: geef ruimte in de zomer. Niet omdat vertragingen onvermijdelijk zijn, maar omdat vroeg plannen en iets ruimere levervensters het verschil maken voor iedereen in de keten. Vóór half juni inkopen voor de zomerpiek geeft de meeste marge. Na week 27 wordt het krapper, aan alle kanten.

 

Meer weten over hoe autotransport werkt? Bekijk hoe het werkt. Of lees hoe wij orders koppelen aan de juiste partner.

 

Veelgestelde vragen

 

Gelden zomerrijverboden ook voor autotransporters? Dat hangt af van het voertuigtype. De extra zomerrijverboden in Duitsland en Frankrijk gelden voor voertuigen boven de 7,5 ton GVW, of voor vrachtwagens met aanhanger. Lichtere autotransporters, zoals een 3-lader die als N1-voertuig geregistreerd staat, vallen daar normaal gesproken buiten. Hun uitdaging in de zomer is geen rijverbod, maar hitte. Voor de zwaardere combinaties in het netwerk gelden de verboden wél volledig.

 

Waarom rijden chauffeurs zonder airco? Niet om brandstof te besparen. Bij een kleine truck van 150–180 pk vraagt de aircocompressor 2 tot 5 procent van het motorvermogen. Bovenop de warmte die de condensor in het koelblok dumpt, kan dat bij volle lading en lage snelheid net te veel zijn. Airco uit is dan een noodmaatregel, geen keuze. Als dit structureel voorkomt, wijst het op een thermisch grensgebied: een onderhouds- of capaciteitsprobleem, niet een bewuste besparing.

 

Wat kan ik als dealer doen? Vroeg plannen helpt het meest. Orders die vóór half juni worden geplaatst, hebben de meeste marge vóór de zomerpiek. Geef aan welke leveringen tijdgevoelig zijn. En bouw iets ruimere levervensters in met je klanten, niet als vangnet voor fouten, maar als realistische zomerstandaard.